04 Oct

2002 – The Libertines

The Libertines zijn één van die ‘eens-in-de-tien-jaar’ Britse bands’. We hebben het over bands die aan de ene kant zo indie zijn als het maar wezen kan, maar aan de andere kant massaal worden gedragen. Ze zijn er ineens en komen ogenschijnlijk uit het niets. Het zijn ‘NME darlings’ die tegelijk een groter publiek aanspreken. Er is sprake van een ‘landelijke dekking’ in de Britse media. Zoals the eighties ons The Smiths gaven en the nineties Oasis, zo geven de noughties ons The Libertines. Op de avond van hun London Calling-optreden, 9 November 2002, kan niemand meer om The Libertines heen. Thuis in de UK dan. Bij ons zitten we dan altijd nog in de fase van ‘aapjes kijken’. De Nederlandse media praten altijd graag over een hype, en de ‘zoveelste beste band ter wereld’, maar wat als het nou zo is?

‘Vanavond gaat het gebeuren!’

‘Tout Amsterdam’ is uitgerukt. Paradiso vormt het toneel van een van de opwindendste rock ‘n’ roll-shows in jaren. De massaal opgekomen Engelsen in de zaal houden hun haast spreekwoordelijke bierglazen weer boven hun hoofden. Het debuut Up The Bracket is amper een maandje uit, sinds 14 oktober. Ook bij de aanwezige Nederlandse bezoekers in de zaal is zo’n spanning in de buik voelbaar die je maar zelden voelt. ‘Vanavond gaat het gebeuren!’ De roem van enfant terrible Pete Doherty en zijn buddy Carl Barât is de band al vooruitgesneld. Ze worden gezien als het Britse antwoord op The Strokes, die Amerikaanse variant op het fenomeen van de ‘ééns-in-de-10-jaar-band’. Waar de New Yorkers heel sophisticated zijn, daar zijn de Londenaren meer ongeleide projectielen met een poëtisch rafelrandje.

Fenomenale wisselwerking tussen Pete en Carl

De spanning in de zaal is slechts vergelijkbaar met de eerste keer The Clash of The Jam in Paradiso. Dat zijn van die momenten waar je absoluut bij wilt – zo niet: moet – zijn. The Libertines maken het helemaal waar. De wisselwerking van de twee voormannen op zang en gitaar en liefst op één gedeelde microfoon is fenomenaal. Bassist John Hassall en drummer Gary Powell leggen een solide ondergrondje. Ze openen met Horror Show en de avond kan meteen niet meer stuk. Bij het vierde nummer, debuutsingle What A Waster, dat niet eens op het album staat (nog zo’n kenmerk van een echt goede band!), is het kookpunt al bereikt. De songs van het door Mick Jones van The Clash geproduceerde debuut staan als een huis. Dat dat huis niet veel later daverend zal instorten onder Doherty’s gigantische drugsproblemen, is dan nog niet aan de orde. Dat komt nog wel.

Het is net zo snel weer voorbij ook

Dat komt een half jaartje later bij de buren van De Melkweg kraakhelder aan het licht, als Doherty niet komt opdagen voor een gig. Dat doet ie wel vaker. En dat zal nog wel vaker gaan gebeuren. De NME blijft de band ondanks die zelfvernietigingsdrang door dik en steunen. Sinds Oasis is er geen Britse band meer geweest met meer coverstory’s dan The Libs, of het zouden Arctic Monkeys moeten zijn. Ja de noughties hadden twee (!) van zulke bands. Alle constanten kloppen: plotselinge opkomst uit het niets, indie, NME darlings, massale adoratie. Is er daarom in het huidige decennium nog geen, om zo de balans van een per decennium te bewaren? Deze constatering staat open voor discussie, maar wij zien hem (nog) niet.

Nog geen twee jaar na London Calling (30 augustus 2004) verschijnt het zo mogelijk nóg betere tweede album van de ‘likely lads’, domweg The Libertines getiteld. Daarna is het voorbij. Jammer! In 2010 volgt er een reünie, in 2015 nog eentje plus een derde album (Anthems For Doomed Youth) en in 2016 nog eens twee Paradisoshows op rij. De euforie is gebleven, maar ook de vraag hoe groot ze hadden kunnen worden zonder al die shit die steeds op hun weg komt. We zullen het nooit weten. De herinnering aan die mooie London Calling op die novemberavond in 2002 blijft. Die pakt niemand meer van ons af.

Tekst door: Robbert Tilli

Deel met je vrienden