19 Sep

1996 – Placebo

A Place For Us To Dream – 20 Years Of Placebo heet het carrièreoverzicht van Placebo. Dat dateert van oktober verleden jaar. Kennelijk begint de jaartelling voor hen pas bij de release van hun gelijknamige debuutalbum op 17 juni 1996. Op de kop af vier maanden daarvoor is Placebo al present op London Calling in de februari-editie van het festival. Middenin in de Britpop-hausse wordt het Paradisopubliek geconfronteerd met iets heel anders, dat zich nog het best laat omschrijven als een eigentijdse terugkeer naar de glamrock uit de vroege jaren zeventig met al zijn androgyne uiterlijkheden, overgoten met een flinke scheut new wave en post punk-invloeden. Dat hapt lekker weg.

Bowie is fan

Het zal niemand verbazen dat David Bowie de oren spitst bij het horen van deze getalenteerde volgelingen. Hij nodigt de band niet alleen uit in zijn voorprogramma, maar ook op zijn vijftigste verjaardag in New York. Placebo, dat zijn er welbeschouwd maar twee, met om de zoveel jaar een nieuwe drummer: de in Engeland opgegroeide extravagante zanger/gitarist Brian Molko en de Zweedse gitarist/bassist Stefan Olsdal. Het toeval wil dat beiden in Luxemburg op een chique internationale kostschool hebben gezeten, maar elkaar pas echt hebben leren kennen in Engeland. So far, so good.

Nancy Boy

Die Molko is een opvallende figuur met z’n ‘meisjeshaar’ en koolzwart opgemaakte ogen. Met de albumtrack Nancy Boy vestigt hij wel heel erg de aandacht op zijn androgyne voorkomen. Pas in januari van het volgende jaar wordt het nummer in een opnieuw opgenomen versie uitgebracht als (vierde) single. Het zal hun grootste hit in hun thuisland worden (topnotering nr. 4). Een ‘Nancy Boy’ is een verwijfde jongen in slang. Molko, die een beetje lijkt worstelen met zijn seksuele geaardheid, iets wat hij deelt met Suede’s Brett Anderson, krijgt na een tijdje toch wat moeite met de ‘obscene tekst’ van het lied. Al snel vindt hij dat het in al zijn grofheid eigenlijk niet in een Top 10 thuishoort. Anno 2017 heeft hij ronduit ambivalente gevoelens ten opzichte van het lied dat samen met Teenage Angst het geluid en imago van de band in zijn beginjaren het best weergeeft. Maar tijdens die London Calling-show maakt niemand zich echt druk om deze kant van de band. Het lijkt er haast op dat het (nog) niemand opvalt.

Het grote succes moet nog komen

In NRC Handelsblad besteedt Hester Carvalho twee dagen later in een stuk getiteld ‘De jonge Britse pop spiegelt zich aan het romantische verleden’ welgeteld één alinea aan de band die later tot een van de grootste bands van zijn tijd zou uitgroeien (Babybird van indiehit You’re Gorgeous en Catatonia van de latere hit Road Rage en zijn er ook die avond): ‘Als een van de weinigen slaagde Placebo, de afsluiter van de avond, er in de luisteraar zonder last van ‘déja vu’ te laten luisteren. Dit trio speelde de simpele garagerock zo hecht en onverstoorbaar dat het klonk alsof ze hem zelf hadden uitgevonden.’

Heel gek is dat allemaal niet. We zitten op dat moment net middenin the battle of the bands tussen Oasis en Blur. Het grote succes moet nog komen. Twee jaar later met het verschijnen van het tweede album Without You I’m Nothing is er veel meer, haast onverdeelde aandacht voor Placebo, dat in twintig jaar viermaal op Pinkpop zal komen te spelen. Pure Morning, de grootste single van de plaat, staat in 2016 zelfs in de Radio 2 Top 2000 op nummer 1103. Maar London Calling heeft de eer om het Nederlandse podiumdebuut van Placebo te mogen opeisen. En dan ook nog eens ver voor het plaatdebuut.

Dat debuut blijft na al die tijd toch nog steeds het album dat het meest tot de verbeelding spreekt. David Fox, het grimassende jongetje dat de hoes siert, inmiddels een volwassen vent, overweegt in 2012 een rechtszaak aan te spannen tegen de band wegens het ongevraagd gebruiken van zijn foto voor het artwork. Hij zou er na al die jaren nog flink onder lijden. Molko c.s. verwijzen hem door naar hun label Virgin. Waar het gelijknamige debuut Placebo rijk maakt, daar leidt de hoesfoto de geportretteerde naar eerst uitsluiting op school en dan werkloosheid in zijn huidige bestaan. Blijvende Teenage Angst dus.

Tekst door Robbert Tilli

Deel met je vrienden